Een korte geschiedenis van stoomgemaal Vier Noorder Koggen
In 1869 wordt het nieuwe stoomgemaal van waterschap de Vier Noorder Koggen in gebruik genomen, iets ten zuiden van Medemblik. Ruim honderd jaar lang zou het gemaal dienstdoen, en bleef het de technische ontwikkelingen op de voet volgen. Tegenwoordig is het de ’thuishaven’ van het Stoommachinemuseum: een stoer én sierlijk rijksmonument aan de Oosterdijk.
Het stoomgemaal moest in 1869 de molens van waterschap de Vier Noorder Koggen helpen bij het wegpompen van water uit de polder naar de Zuiderzee. Al eeuwenlang werd al het regenwater verzameld in de Groote en Kleine Vliet; twee meren die op de laagste plekken van de polder liggen. Water uit de hele omgeving stroomt daar dus vanzelf naartoe.
De vijftien molens bij Medemblik pompten het water eerst in molenkolken, totdat het peil daarin hoger stond dan in de Zuiderzee. Toch hadden de molens vaak grote moeite om bij een hoge waterstand naar zee te malen. Stoomkracht was daarvoor de oplossing, en het gemaal dat autodictactisch ingenieur Boote de Vries ontwierp werd een groot succes. Zo’n dertig jaar later, in 1897, werden de schepraderen en vijzels vervangen door vier moderne centrifugaalpompen, die het gemaal nog sterker maakten. Twee nieuwe stoommachines brachten alles in beweging. Zo werkten de molens en het stoomgemaal samen aan droge voeten.
Bekijk hier de historische tijdlijn